Antieke sieraden bij de Azteken

De Azteken hadden opmerkelijke gewoontes. Ze waren hun tijd ver vooruit en droegen graag mooie sieraden.

 

Goud en edelstenen

 

De Azteekse adel droeg kleren die volledig verschilden van de kledij van de gewone mens. Zo mocht alleen de adel katoen dragen, want dat was een luxeartikel. De edellieden droegen lange mantels van katoen of veren gecombineerd met sieraden van goud of edelstenen.

Azteken droegen geen broeken, ook de edelen niet. Wel droegen zij een lendendoek, soms gecombineerd met een mantel. Daarnaast besteedden de Azteekse edellieden aandacht aan hun hoofdtooi: zowel mannen als vrouwen droegen kleurrijke linten in hun zwarte haar. Hun gezicht versierden ze met neuspiercings, oorbellen en lipsieraden. Voor de adel waren de meeste van deze sieraden in goud. Vrouwen droegen vaak oorringen in jade (een soort groene steen) of barnsteen (oranje verharde hars) en misschien zelfs een gouden halsketting. 

 

Burgers

 

Gewone mensen droegen veel minder sieraden en versierde kledij. Zij droegen vaak gewoon een lendendoek uit vezels van de agave. Voor feesten kocht men vaak nieuwe kleding omdat de vezels van de agave het mooist zijn wanneer ze nieuw gekocht werden. De burgers hadden ook wel sieraden maar niet in goud of andere edelstenen. Zij maakten sieraden met kralen van klei of halskettingen van schelpjes, wat ook heel mooi was.

 

Huizen

 

Rijke edelen woonden in grote huizen met 2 verdiepingen, met een tuin en een hoge muur eromheen. De muren waren gemaakt uit steen of uit adobe (kleiblokken bedekt met pleisterkalk).

De meeste gewone huizen hadden een plat dak, soms met een tuin erop, en hadden de vorm van een vierkant, met een binnen plaats in het midden. De buitenmuren hadden geen ramen (om de warmte buiten te houden) en ook geen versieringen. Aan de binnenplaats lagen grote frisse kamers, vaak versierd met grote pilaren.

Binnenshuis bevonden zich een eetkamer, een ontvangkamer,  slaapkamers, een keuken, kamers voor de bedienden en zelfs een aparte strafkamer. De buitendeuren waren meestal gemaakt uit hout, maar binnenshuis waren er geen deuren. De “deurgaten” werden gewoon afgeschermd met hangende matten. Omdat de Azteken geen sloten hadden, naaiden ze kleine belletjes aan deze matten, zodat ze zouden horen of er iemand binnenkwam.

 

Stoombad

 

Net als wij soms in de sauna gaan, hielden de Azteken ook van stoombaden. Keizer Montezuma ging bijvoorbeeld twee keer per dag in bad.

De gewone mens nam regelmatig een bad in het meer of in een rivier waarbij ze wortels van een bepaalde plant als zeep gebruikten. Maar veel huizen hadden een bijgebouwtje waarin zich een stoombad bevond. Het zag eruit als een iglo met een gat in het dak om te verluchten. Buiten het bad werd een vuur gestookt dat de muren van het badhuisje verwarmden tot ze roodgloeiend waren. Dan ging je naar binnen als je wou baden en gooide net zolang water tegen de hete muren tot de “iglo” gevuld was met stoom.

 

(gelezen op http://home.scarlet.be/an.bloemen/inleiding.htm, © Valérie Adriaens en An Bloemen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *