De antieke sieraden van Carthago

Van zijn stichting tot zijn ondergang is Carthago beheerst geweest door een aristocratie, die haar positie zowel aan afstamming als aan rijkdom te danken had. Waarschijnlijk in 196 v.Chr. werd Hannibal verkozen tot suffeet, de titel van de hoogste magistraten in Carthago. De macht van de aristocraten was in de loop der jaren fors toegenomen, maar Hannibal vaardigde wetten uit die deze macht inperkten. De controle over de rechtspraak wordt haar ontzegd en de magistraten (een soort senatoren) dienden voortaan rekenschap af te leggen. In 195 v.Chr. eiste Rome, dat de toenemende welvaart van Carthago onder Hannibal met argusogen volgde, de uitlevering van Hannibal. Hij vluchtte naar het hof van Antiochus III de Grote, die hem met open armen ontving. Nadat Romeinse spionnen hier lucht van hadden gekregen pleegde hij zelfmoord om uitlevering aan Rome te voorkomen.

Uiteindelijk slaagde de democratische partij, in nagedachtenis van Hannibal, er na enige tijd in om aan de macht te komen. De verdrijving van de aristocraten droeg bij aan de ondergang van Carthago. De democraten weigerden namelijk een verbond aan te gaan met Massinissa, de koning van Numidië. Toen de aristocratie nog volledig aan de macht was in deze staat met zijn uiterst gemengde bevolking, had deze een sterk standbewustzijn, wat duidelijk tot uiting kwam op de gedenkstenen. Hierop werd de volledige genealogie vermeld, de ambten en waardigheden die hun voorouders hadden bekleed en de eigen namen. Het aanzien van de aristocraten berustte voornamelijk op hun rijkdom. Alle schrijvers uit die tijd benadrukken hoe belangrijk geld was in Carthago. Dit geld was grotendeels afkomstig uit de handel, maar ook legde de rijke burgerij beslag op de landbouwgrond, waar ze het plebs op lieten werken.

Sieraden

De kennis omtrent de Carthaagse arbeider is veelal gebaseerd op de archeologische vondsten, en niet zozeer op geschreven teksten. Het Carthaagse proletariaat is een typische stadsbevolking. Het omvat de zeelui, de arbeiders van de tuighuizen, de ambachtslieden, de beambten van de handelshuizen, de beroepssoldaten en de slaven. De Carthaagse nijverheid had niet de positie die je zou verwachten bij een handelsnatie met zo’n enorm afzetgebied. Carthaagse producten kwamen zelden verder dan de binnenlandse markt. Er zijn twee redenen aan te wijzen voor de middelmatigheid van de producten. Ten eerste is er het overdreven protectionisme van de staat en ten tweede: de afzetmarkt van Carthago bestond vooral uit barbaarse volkeren, die weinig oog hadden voor kwaliteit.
Deze metaalwerkers stonden onder staatstoezicht en waren in dienst van de marine en landmacht. Ten tijde van oorlog was er volop werk voor de metaalarbeiders; ze stonden dan volledig in dienst van de staat. In vredestijd werkten veel metaalarbeiders voor eigen rekening, of onder een baas. Bij opgravingen zijn naast gereedschap de volgende nijverheidsproducten aan het licht gekomen: bijlen, hamers, allerlei wapens, messen, beitels, haken, schrappers en lepels. Maar ook werden toiletartikelen en sieraden gevonden. De metaalindustrie werd door de koopvaardijvloot van grondstoffen voorzien.

Juwelen

Houtbewerking was een grote bedrijfstak in Carthago. Hierin waren de Carthagers hun tijd ver vooruit. Spijkers waren in Carthago onbekend, maar toch wisten zij gebouwen te vervaardigen die andere volkeren niet eens mét spijkers wisten te bouwen. Veel van de balken die zij legden hielden meer dan 1000 jaar stand, zonder vervangen te hoeven worden. Maar hun belangrijkste taak was de bouw en het herstel van schepen. Zij waren daarin heer en meester en de Grieken gaven dan ook zonder aarzeling de superieure bekwaamheid van de Carthagers op dit gebied toe.
De textielnijverheid was een der voornaamste industrieën in Carthago. Zoals in vrijwel alle samenlevingen in de klassieke oudheid werd de dagelijkse kleding vrijwel geheel door de vrouwen thuis gemaakt. Inscripties vermelden evenwel ook beroepswevers, welke hun werkzaamheden uitvoerden in grote ateliers. De binnenlandse beplanting leverde een overvloed aan grondstoffen hiervoor geschikt. De Carthaagse kussens en geborduurde tapijten werden in de 5e eeuw tot in Griekenland verkocht.
Bron: wikipedia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *