Geschiedenis van het geld

De geschiedenis van het geld is een verhaal dat duizenden jaren overspant. Met betrekking tot dit verhaal moet de numismatiek als de wetenschappelijke studie van geld en haar geschiedenis in al haar vormen worden vermeld.

Geld zelf moet een schaars goed zijn. Vele zaken zijn als geld gebruikt, van van nature schaarse edelmetalen en schelpen tot volledig kunstmatig geld zoals bankbiljetten. Modern geld, en het meeste oude geld eveneens, is in essentie een symbolische voorstelling van een zeker waarde — met andere woorden, een abstractie ervan. Het papiergeld is vandaag de dag misschien wel het meest gebruikelijke type van fysiek geld. Toch hebben metalen zoals goud of zilver veel van de essentiële kenmerken van geld behouden. Goud en zilver hebben nog altijd een intrinsieke waarde die niet is bepaald door haar vorm maar door haar hoeveelheid.

Het is belangrijk te onthouden dat geld en munten niet hetzelfde zijn.

De opkomst van geld

Recent onderzoek wijst erop dat het vroegste geld (d.i. symbolische betaalmiddel) reeds in 100.000 v.Chr. kan worden geplaatst.[1] Het is mogelijk dat de Neolithische evolutie (ten vroegste rond 20.000 v.Chr.) het gebruik van geld in een stroomversnelling heeft gebracht.

Functies

Men kan over het algemeen een drietal functies toekennen aan betaalmiddelen die we als geld kunnen bestempelen: het kan gebruikt worden als tussengoed bij transacties, het kan dienen als waardemeter voor andere goederen en het kan een spaarmiddel zijn voor latere tijden.

Karl Polanyi maakt binnen geld een onderscheid tussen “general purpose” en “special purpose”-geld.[2] De voorwaarden waaraan dit eerste soort geld moet voldoen volgens Polanyi zijn: portability (d.i. makkelijk te transporteren), divisibility (d.i. makkelijk op te delen zijn in kleinere coupures en dus meerdere denominaties kennen), convertability (d.i. gemakkelijk inwisselbaar zijn), generality (d.i. algemeen aanvaard worden), anonimity (d.i. gebruikt kunnen worden zonder zich te hoeven identificeren) en legality (d.i. het garanderen van de waarde ervan door een overheidsinstantie).

Pre-monetaire betalingsvormen

Men gebruikte oorspronkelijk geen munten (d.i. metalen plaatsjes) als geld, maar andere waardevolle middelen. Een voorbeeld hiervan zijn bijvoorbeeld de zilveren sikkels in Assyrië (ca. 1900 v.Chr.).

De eerste munten

Er zijn in de loop van de geschiedenis drie onafhankelijke munttradities ontstaan in de wereld: de Chinese, de Indische en de Westerse traditie.

Chinese traditie

De Chinese traditie begon in de tijd van de Strijdende Staten of wellicht wat eerder. In China werden munten gegoten en vaak van een gat in het midden voorzien. Door dat gat werd een touw geregen. Chinese munten werden vaak per streng verhandeld, vanwege de geringe waarde van de individuele munten. De aantallen munten per streng varieerden. Tot in het begin van de 20e eeuw verwisselde Chinees muntgeld op deze wijze van eigenaar.

Indische traditie

De Indische traditie goot staven van een metaal, waarvan plakjes werden gesneden die van van inkepingen werden voorzien.

Westerse traditie

De westerse traditie komt waarschijnlijk uit Turkije (Klein-Azië), Lydië. In het westen werden (en worden) munten geslagen. Een plakje metaal wordt in een matrijs gebracht en onder hoge druk wordt een afbeelding daarin geperst (geslagen). Toch heeft men ook lange tijd munten gegoten.

Het eerste papiergeld

Jiaozi is een tiende eeuws soort bankbiljet uit Sichuan. De uitvinding ten tijde van de Song-dynastie wordt wel beschouwd als het eerste papiergeld uit de geschiedenis.

Papiergeld, dat per definitie fiduciair geld is, werd voor het eerst gebruikt in het Chinese keizerrijk. In de 14e eeuw werd er reeds papiergeld gebruikt, maar het is mogelijk dat het op beperkte schaal ook al in de 7e eeuw in zwang was.

Bron: www.wikipedia.be

De stempels en keurmerken van antieke sieraden

Antieke juwelen en sieraden verzamelen kan een leuke hobby, en voor sommigen zelfs een winstgevende, of in een aantal gevallen  ook een echt beroep zijn. Wie op een serieuze manier met deze activiteit bezig is, legt zich toe op een doorgedreven kennis die pas kan verworven worden na de nodige studie. Een van de onderwerpen die je zeker onder de knie moet krijgen zijn de verschillende stempels en keurmerken die op antieke sieraden en juwelen kunnen voorkomen.

Twintig keurmerken

Er kunnen vrij veel keuren in een sierobject voorkomen, en het is zaak hierbij echt van vals te leren onderscheiden want bij juwelen en sieraden is helaas vaak sprake van vervalsing.

Er zijn er zowat twintig verschillende keurmerken mogelijk en die kunnen nog eens in allerlei combinaties opduiken. Let wel, een object zal nooit al deze twintig keurmerken samen hebben. Normaal zullen er een twee- à viertal terug te vinden zijn.  Een aantal van deze keurmerken komt bijna nooit voor, en als je deze op een antieke sieraad of juweel terugvindt mag je na het onderzoek van de echtheid van het stuk besluiten dat je met een kostbaar sieraad te maken hebt. Vraag hoe dan ook steeds een tweede opinie om de echtheid te controleren.

Stempels

Stempels op een sieraad zijn van groot belang als informatiedrager. Ze leren ons heel wat over onder meer:

– het jaar waarin het artikel gemaakt is (aan de hand van de jaarletter)

– het gehalte van de gebruikte edelmetalen in het sieraad

– de tijd of op zijn minst de periode waarin het sieraad gemaakt is

– de naam van de maker of het atelier

– de naam van de verkoper

– de naam van de keurmeester

– de naam van de ontwerper

– het land waar het sieraad gemaakt is

– de provincie waar het sieraad gemaakt is

– de stad of regio waar het sieraad gemaakt is

– de stad of regio waar het sieraad gekeurd is

– het gewicht van het sieraad.

– de belasting die er eventueel over geheven is (bijv. de weeldetaks of oorlogsschatting)

– de invoerder van het sieraad naar een bepaald land

– de invoer van het sieraad in een land

– de uitvoer van het sieraad in een stad

– de uitvoer van het sieraad uit een land

– een eventueel kroningsjaar waarin het sieraad gemaakt is

– de regerende koning in het jaar waarin het sieraad gemaakt is

Antiek

De term antiek slaat op oude sier-, kunst- en gebruiksvoorwerpen. De belangrijkste criteria die bepalen of een voorwerp antiek is, zijn:

– Het voorwerp moet door mensenhand gemaakt zijn.

– Het moet een zekere ouderdom bezitten. Doorgaans wordt hierbij gemakshalve uitgegaan van een leeftijd van 100 jaar; in bepaalde gevallen is een voorwerp echter pas antiek als het 125 of zelfs 150 jaar oud is.

Bij boeken geldt een wat minder streng criterium. Zij zijn antiek als ze ten minste 75 jaar oud zijn. Boeken van recenter datum, die echter niet meer leverbaar zijn bij de uitgever, heten zeldzaam. Voor sieraden wordt doorgaans ook de leeftijd van minstens honderd jaar gehanteerd.